Straatfotografen beschrijven zich vaak – en worden vaak beschreven – als jagers, het onderwerp als prooi. Een metafoor die mij nooit echt heeft gelegen en mij steeds meer tegenstaat. Ik kies liever voor dansen. Daar spreekt meer respect en gelijkwaardigheid uit voor mijn onderwerpen.
“De creatieve daad duurt slechts een kort moment, een bliksemsnelle wisselwerking, net lang genoeg om de camera te richten en de vluchtige prooi in je kleine doosje te vangen”, zei Henri Cartier Bresson. een van de grondleggers van de straatfotografie, ooit. Veel andere fotografen zijn die metafoor ook gaan gebruiken. Ze zijn een tijger die op een prooi jaagt. de straat is hun jachtgebied. Ook ik heb mijn werk wel eens zo beschreven. Vooral omdat het zo gebruikelijk is, dat heb je met clichés. Echt lekker heeft het me nooit gezeten en eigenlijk ben ik er wel klaar mee.
De straatfotograaf als jager gaat namelijk uit van een ongelijke machtspositie. Jij als fotograaf, de jager, staat boven je onderwerp, de prooi. Jij bepaalt wat er gebeurt, het onderwerp heeft niet anders te kiezen dan het te ondergaan. Je kunt proberen te vluchten of te schuilen, de jager bepaalt of hij wel of niet achter je aan gaat. De macht ligt bij de jager, jij bent slechts het object.
Tot een bepaalde hoogte kan ik meegaan met de analogie. Als fotograaf zoek ik naar onderwerpen. Ik besluit of ik iemand wel of niet wil fotograferen. En soms volg ik een onderwerp omdat ik er een goede foto inzie. Daar blijft de overeenkomst voor mij bij. Natuurlijk wil ik graag die persoon op de foto en baal ik als het mij niet lukt. Maar het is niet zo dat als de foto wel lukt ik gewonnen heb, of in het andere geval verloren. Mijn jacht mislukt.
Degene die ik op de foto wil zetten is namelijk niet de prooi. Als er al een prooi is, is het de foto op zich. De persoon op de foto is onderdeel van de foto, niet het doel. Het gaat mij om het verhaal, het verbeelden van een gevoel, een gedachte. In mijn geval heb ik daar mensen bij nodig. De relatie is dus veel gelijkwaardiger. Door me als jager te zien, zou ik naar mijn gevoel mensen behandelen als een object. Als iets wat ik kan bezitten en waar ik macht over heb. Dat wil ik allemaal niet. We moeten juist af van de objectificatie. We kijken al veel te lang met een dominante mannelijke blik. Een blik waar (bijna) alle vrouwen onder gebukt gaan. Het is belangrijk dit te beseffen.
De fotograaf is weliswaar de choreograaf van de dans en zal de dans ook vaak leiden, zonder het onderwerp komt de dans niet tot stand.
Veel liever dan de verhouding jager-prooi, kijk ik naar straatfotografie als een spel tussen fotograaf en onderwerp. Als een dans – al wordt dans mijns inziens al veel teveel gebruikt als metafoor, fietsen wordt bijvoorbeeld ook steeds vaker als een dans gezien. Het gaat uit van een positievere houding. Een meer gelijkwaardige, waarbij er wederzijds respect is. De fotograaf is weliswaar de choreograaf van de dans en zal de dans ook vaak leiden, zonder het onderwerp komt de dans niet tot stand.
Bij een dans is ook wederzijdse toestemming nodig, anders kom je nergens. Dat hoeft niet expliciet te zijn. Als fotograaf nodig je je onderwerp uit om mee te dansen. Dat kan zijn doordat het onderwerp reageert op de fotograaf, of juist opgaat in het geheel. En als het onderwerp duidelijk maakt niet op je uitnodiging in te willen gaan, dan is het net als het bij seks moet zijn: nee is nee. Maar is het ja, dan kan het iets prachtigs worden.
Dansen betekent daarbij niet dat het gelijk zoetsappig wordt. Het mag best schuren. Ik bedoel, een pogo is een hele andere dans dan een wals. De ene lekker rauw en direct, de ander sierlijk. Of neem de tango, die fotografisch wellicht wel bij mij past. Vol passie, verhalen en dynamiek. Dat is toch veel mooier dan te jagen?





