Interessante cijfers uit het technisch rapport van World Press Photo

De meeste aandacht van het onlangs gepresenteerde technisch rapport van de World Press Photo gaat natuurlijk uit naar de getallen over beeldmanipulatie. Het verslag geeft nog meer aardige wetenswaardigheden prijs.

Zo zie je het aantal ingestuurde foto’s tot en met 2011 stijgen om daarna te dalen. Vooral ten opzichte van vorig jaar is de daling fors, mede doordat de series nu maar uit acht in plaats van tien foto’s mogen bestaan. Per fotograaf worden minder foto’s ingestuurd. Een trend die World Press Photo zegt aan te moedigen, omdat zo de kwaliteit omhoog kan gaan. Na een daling vanaf 2010 stijgt het aantal fotografen dat inzendt sinds 2012 weer. Afgelopen jaar kende het een na hoogste aantal deelnemers in tien jaar.

Maar pas echt interessant worden de cijfers als je kijkt naar wie er inzendt. Zo is China koploper in het aantal deelnemers met 1014 inzendingen. Op ruime afstand worden de Chinezen gevolgd door de Amerikanen met 512 inzendingen. Nederlandse fotografen zenden ook vaak in, misschien omdat World Press Photo hier is gevestigd, en staan met 150 deelnemers op de elfde plek. In de afgelopen tien jaar komen de meeste winnende foto’s daarentegen niet uit China, maar uit de VS. China staat op de vierde plaats. Op de achtste plaats staat Nederland, naar verhouding doen de Nederlandse fotojournalisten het dus best goed. Ook al hebben we sinds 2014 geen Nederlandse winnaars meer. Opvallend is de twee plaats voor de Italianen, de tiende plaats voor de Polen en de dertiende plaats voor Iran.

Het grote aantal inzenders uit China vertekent het beeld als je per continent kijkt. Want buiten China doen weinig fotografen uit Azië mee. Ook uit Afrika (2%) en Zuid-Amerika (5%) komen weinig deelnemers. World Press Photo zegt hard te werken om het aandeel uit die continenten te verhogen door het geven van trainingen, het geven van masterclasses en het aanleggen van de African Photojournalism Database. Een goede zaak, want zo kan er een evenwichtiger beeld gegeven worden van de gebeurtenissen over de hele wereld. Dat uit Oceanië weinig deelnemers komen (1,5%) is minder vreemd, daar wonen relatief weinig mensen.

Veel kritiek krijgt World Press Photo over het aantal vrouwelijke winnaars. Wat blijkt uit de cijfers: in 2016 is 17% van de winnaars vrouw. Tegelijk blijkt uit het onderzoek State of News Photography dat 15% van de respondenten vrouw is. Dat lijkt dus in balans. Terecht staat in het rapport dat het niet echt te achterhalen is of die 15% ook echt representatief is voor het beroepsveld wereldwijd.

Er worden naar verhouding maar weinig ingestuurd in de categorie Spot News. Het percentage schommelt de laatste drie jaar tussen de 3-5%. Populaire categorieën zijn Daily Life (rond de 25%), Portraits/People (rond de 13-23%) en de Contemporary Issues (series rond de 18%, enkelbeeld rond de 10%). De vorig jaar geïntroduceerde categorie Long Term Projects is eveneens populair, met zo’n 20% van het aantal beelden. Dat gaat met name ten kosten van Daily Life series, waar een duidelijke overlap zit. Daarbij moet wel vermeld worden dat series bij Long Term Projects uit veel meer foto’s bestaan dan bij Daily Life.

De kritiek dat bij World Press Photo vooral mannelijke Westerse fotografen winnen is dus deels terecht. Maar de vraag is wat World Press Photo daar echt aan kan doen, anders dan fotografen uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië te stimuleren om mee te doen en ze te helpen om zich te ontwikkelen. Hopelijk zien we in toekomstige rapportages dat die inspanningen vruchten afwerpen.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwste berichten in Achtergrond

Ga naar Top