Goed toeven op het GKf-festival

De timing van het GKf-festival, ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van de beroepsvereniging, leek wat ongunstig. Een paar weken geleden immers werd op een soortgelijke manier feest gevierd door foto-agentschap Hollandse Hoogte. Een feest waar heel fotograferend Nederland aanwezig leek te zijn. Toch had het GKf niet te klagen over belangstelling, bijna 1000 mensen bezochten gisteren Foam. Of ze allemaal echt voor het festival kwamen laat ik in het midden, in ieder geval konden ze genieten van een goed programma.

Een van de programmaonderdelen is het debat over straatfotografie. Voorafgaand aan het debat wordt de alleraardigste documentaire ‘een film over straatfotografie’ getoond. Twee van de in de film geportretteerde straatfotografen, Theo Niekus en Reinier Gerritsen, zijn ook aanwezig bij het debat. Uiteraard komen de problemen tijdens het fotograferen op straat aan bod, maar het gesprek biedt vooral een goede kijk in het werk van de straatfotograaf. Een groot aantal opmerkingen zijn voor mij heel herkenbaar. Het is wel goed om te horen dat ook andere fotografen tegen dezelfde zaken lopen.

Het andere debat waar ik veel oren naar had, gaat over conflictfotografie. Als inleiding is Peter van Agtmael gevraagd, die een uitgebreide serie laat zien over zijn werk in Irak en Afghanistan. Het is een indrukwekkend verhaal en je gaat je afvragen of Van Agtmael niet teveel ellende heeft gezien. Toch gaat hij zo weer naar Afghanistan als hem dat wordt gevraagd, het is zijn missie zegt hij. Na de presentatie zou het debat moeten beginnen, maar helaas komt dat niet echt van de grond. Één-voor-één komen de fotojournalisten aan bod, maar het blijft door de vraagstelling van de discussieleider helaas teveel hangen bij de fotograaf zelf. De persoonlijke drijfveren zijn weliswaar interessant om te horen, maar van een echt gesprek tussen de fotografen is geen sprake. Alleen als Jeroen Kramer zegt dat hij geen conflicten meer fotografeert omdat hij geen zin heeft om zijn leven te riskeren als de redacties de foto’s toch niet plaatsen en de mensen de foto’s niet willen zien, ontstaat er enig rumoer. Peter van Agtmael noemt het een persoonlijke keuze, hij heeft nog steeds vertrouwen in dat de foto’s hun nut hebben. Misschien niet nu, maar over een fors aantal jaren wel: “we verzamelen bewijzen voor later”. Ook Jan-Joseph Stok vindt dat de foto’s gemaakt moeten worden. Jeroen Kramer ontkent het nut van de gruwelijke foto’s echter niet, hij zegt alleen dat hij ze niet meer maakt.

Het tegenvallend debat kon de pret van de dag echter niet onderdrukken. Daarvoor gebeurde er teveel leuke en interessante dingen. Zoals het gesprek over printing on demand. Daar werd eerst gezegd dat het een zegen is dat je als fotograaf tegenwoordig helemaal zelf een boek kunt vormgeven en uitbrengen. Maar allengs werden er steeds meer specialisten bij gehaald die je boek zouden kunnen verbeteren. Tot een uitgever toe, waarmee we weer terug bij af zijn. Niettemin was het een leuk gesprek dat inspireert om wat meer te experimenteren met boeken.

Joost van den Broek fotografeert Maarten Corbijn
geotagKeizersgracht Amsterdam, 23-10-2010 12:20

Vermakelijk was ook de ‘veranderende portretstudio’. Onder leiding van Gerard Wessel, die een uitstekende presentator blijkt, kon je zien hoe portretfotografen met nieuwe technieken kunnen omgaan. Omdat de sessies gesponsord was door Eyes on Media, moesten de fotografen met de nieuwste digitale middenformaatcamera’s werken. Dat ging niet iedereen even goed af en Joost van den Broek greep voor zijn portret van Maarten Corbijn terug naar zijn vertrouwde Mamiya C330. Het meest interessant van de sessies vond ik hoe de fotografen omgaan met de geportretteerde en hoe zij snel een oplossing vinden om een goede foto te maken. De rust die Joost van den Broek probeerde te krijgen, wat natuurlijk nooit echt lukt als er tientallen fotografen meekijken, is leerzaam. Bijzonder vond ik het ook om te zien dat Sander Veeneman met een simpel licht slechts drie opnames nodig had voor een goede foto. En dat in korte tijd.

Met de nodige humor en sneren naar het huidige kabinet werd tenslotte door Jos Houweling de winnaar bekend gemaakt van de GKf One Minutes, de een minuut durende films over een GKf fotograaf. Uiteindelijk mocht Simone Engelen een gevulde boekenkast mee naar huis nemen voor haar film over Ata Kando. De publieksprijs werd nipt gewonnen door Philip Schuette voor zijn film over Jan Versnel. Met één stem versloeg hij de film over Ed van der Elsken, gemaakt door Roos Trommelen.

Al met al was het een zeer geslaagde dag. Minder druk dan bij Hollandse Hoogte, maar zeker zo interessant. Het is goed dat fotografen eens wat vaker bij elkaar komen. Het is ook nog eens erg gezellig, bleek gisteren ook weer. Als het aan mij ligt krijgen we vaker zulke dagen! Het GKf heeft zich laten zien als een vereniging die weet wat er momenteel speelt, maar vooral ook als een vereniging die houdt van fotografie en waar het goed toeven is.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwste berichten in Achtergrond

Ga naar Top