Fotografie, omdat het leuk is

Geslaagde dag van de fotografie

Hollandse Hoogte bestaat 25 jaar en dat werd gisteren groots gevierd met een overvol en gevarieerd programma in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam. Het leek wel of heel fotograferend Nederland aanwezig was. Een mooi evenement, waar het onmogelijk was om alles mee te maken. Zelfs al begon de dag al vrij vroeg voor mij met een leuke workshop nieuwsfotografie van Bert Verhoeff.

De workshop was een ontspannen begin van de dag. Bert Verhoeff liet zijn foto’s zien en vertelde waarom hij die foto zo had gemaakt. Bert houdt ervan om een evenement indirect te fotograferen en houdt ervan als dingen wringen in de foto. Dus bij een oefening van de mariniers, zie de mariniers ergens op de achtergrond en een fotograferend stelletje op de voorgrond. “Hoe persoonlijker de benadering, des te minder prominent is het onderwerp in beeld”, aldus Bert. Hij maakte een kleine sneer naar de hang van Hans Aarsman naar de amateurfoto’s. Die zouden ‘de ultieme foto’ moeten zijn. Bert Verhoeff ziet dat anders. De foto is een gevolg van je karakter en eigenlijk moet iedere fotograaf een oerfoto hebben, die laat zien wat je belangrijk vindt aan een foto. Aan ons uiteindelijk de taak om een foto te maken als amateur, de Aarsman methode, en een foto van hetzelfde onderwerp, maar dan met een eigen visie. Het leverde leuke beelden op, al is een klein uurtje wel wat krap. Het ging ook meer om het idee. Ik kwam in ieder geval geïnspireerd weer uit de workshop, het is lekker om weer eens te horen wat fotografie inhoudt.
Foto uit de workshop
geotagTosaristraat Amsterdam, 01-10-2010 12:53

Ondertussen waren alweer wat programma-onderdelen geweest en die had ik gemist. Nog net op tijd om bij Tessa Posthuma de Boer op de foto te gaan en het debat over de toekomst van de fotojournalistiek te volgen. Dat laatste was een beetje een teleurstelling. Niet alleen waren er weinig nieuwe inzichten, de toon was erg negatief. Vooral door de Poolse fotograaf Witold Krassowski. Waar de andere panelleden (Kadir van Lohuizen, Petterik Wiggers, Robert Pledge en Rune Eraker) nog wel mogelijkheden zagen, zag Krassowski alleen de negatieve ontwikkelingen. Omarm de nieuwe technieken werd gezegd, maar vooral laat je niet teveel leiden door geld. Je bent fotojournalist, dus je wilt verhalen gaan maken en die moet je maken. Ongeacht of dat nu direct geld oplevert of niet. “Wacht niet tot je een opdracht krijgt, maar fotografeer wat er staat te gebeuren”, aldus Petterik Wiggers. Hij ziet in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet heel veel onderwerpen die gefotografeerd kunnen worden. Als je ze niet direct kunt publiceren, dan wellicht later wel. Maar bovenal, het is je taak om het vast te leggen. Krassowski kon daar niet van loskomen en vroeg steeds hoe je dan publiceert en verkoopt. De overvloed aan fotografieopleidingen leidt ook tot middelmatigheid. Fotografen gooien na twee tot drie jaar de handdoek in de ring, voor ze echt hebben kunnen groeien. Voor fotojournalisten onder de 25 jaar is er volgens de fotograaf zelfs geen toekomst meer. Iets waar Dirk-Jan Visser het helemaal niet mee eens is. Het is jammer dat het zwartgallig negativisme het debat overheerste. Er zijn immers mogelijkheden genoeg. Dat zijn andere dan de traditionele gedrukte media, maar ze zijn er wel.

Na zo’n negatieve noot was het heerlijk om de lezing van Martijn van de Griendt bij te wonen. Hij liet zijn ‘kiekjes’ zien en vertelde hartstochtelijk over zijn onderwerpen en hoe hij tot zijn manier van fotograferen is gekomen. Het grootste deel van zijn reportages is eigen werk, die hij bij voorkeur analoog fotografeert. Gewoon omdat hij het leuker vindt werken en houdt van de spanning om het resultaat pas na enkele dagen te zien. Martijn liet zien hoe zijn fotografie groeide, van duidelijke inspiratie door Martin Parr naar een eigen stijl. Boeiend is ook zijn oprechte interesse te zien die hij heeft in de personen die hij fotografeert. Zijn fotografie gaat verder dan alleen het maken van een foto, hij bemoeit zich ook echt met het leven van zijn onderwerpen. Dat gaat soms ver, zo vertelde hij. Hij noemt zich dan ook documentair fotograaf en geen fotojournalist. Vermakelijk zijn ook de portretten van bekende mensen, iets heel anders dan zijn reportages, maar zeker zo interessant.

Eigenlijk wilde ik gelijk na de lezing van Martijn van de Griendt aanschuiven bij de lezing van Corb!no. De warmte en het zuurstofgebrek in het zaaltje waren echter niet uit te houden. Gelukkig was ook buiten de lezingen om genoeg te doen. Nou ja, voor mij betekende dat vooral veel praten met andere fotografen. Van het ene gesprek liep je naar het andere. Ik heb veel mensen gesproken, maar ook heel veel helaas niet. Hoe dan ook was het een geslaagde dag. Mooie dingen gezien, leuke gesprekken gevoerd en vol positieve energie weer naar huis. Ik hoop dat we niet 25 jaar hoeven te wachten om nog zo’n dag vol fotografie te hebben. Het smaakte naar meer, veel meer! Ik kijk al uit naar de jubileumdag van 65 jaar GKf.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwste berichten in Opinie

Ga naar Top